De kennisinfrastructuur

Kennis over EVBplus en LVBplus is er volop. Alleen komt die nog te vaak niet aan waar ze het hardst nodig is. Wij zorgen dat dat verandert.

geen nieuw kenniscentrum

Eén netwerk waarin kennis stroomt

Er is veel waardevolle kennis over mensen met een ernstige of licht verstandelijke beperking en bijkomende problematiek (EVBplus en LVBplus): in zorgorganisaties, onderzoek en de dagelijkse ervaring van professionals en naasten. Maar de kennis ligt verspreid en bereikt lang niet altijd de praktijk.

Wij verbinden die kennis in één infrastructuur. Geen nieuw kenniscentrum, maar een netwerk dat bestaande kennis laat stromen naar waar die het hardst nodig is: dicht bij de cliënt. Hieronder lees je hoe die infrastructuur is opgebouwd en hoe kennis er doorheen stroomt.

Onze aandachtsgebieden

Twee groepen, één infrastructuur

We richten ons op twee groepen die allebei complexe, samenhangende zorgvragen hebben. De kennis erover brengen we samen: wat in de ene groep werkt, helpt vaak ook in de andere.

EVBplus

Mensen met een ernstige verstandelijke beperking en bijkomende problematiek. Naast de verstandelijke beperking spelen bijvoorbeeld moeilijk verstaanbaar gedrag, psychiatrische aandoeningen, lichamelijke of zintuiglijke problemen. Het gaat vaak om mensen met een intensieve zorgvraag. De ondersteuning vraagt om langdurige, gespecialiseerde begeleiding en om nauwe samenwerking tussen begeleiders, gedragsdeskundigen en artsen.

LVBplus

Mensen met een licht verstandelijke beperking en bijkomende problematiek, zoals psychische aandoeningen, verslaving, dak- of thuisloosheid of contact met justitie. Hun beperking is niet altijd zichtbaar, waardoor de omgeving hun mogelijkheden makkelijk overschat. De ondersteuning draait om aansluiten bij wat iemand aankan en om samenwerking met partijen buiten de gehandicaptenzorg, zoals GGZ, verslavingszorg en het sociaal domein.

drie onderdelen

Zo werkt de kennisinfrastructuur

In het hart van de kennisinfrastructuur staat het regionaal partnerschap. In acht regio’s werken zorgorganisaties samen en daar landt kennis in de dagelijkse zorg. Het landelijk bureau en de academische werkplaatsen staan de regio’s bij.

Kennis stroomt in meerdere richtingen. Naar de regio’s in de vorm van kennis, tools en ondersteuning. En vanuit de regio’s terug, in de vorm van praktijkvragen, signalen en werkzame aanpakken.

Mensen maken die stroom mogelijk. Regiokartrekkers, coördinatoren en medewerkers van de academische werkplaatsen vormen de schakels tussen de onderdelen.

In de regio

Regionaal partnerschap

In de regio landt kennis in de praktijk. Zorgorganisaties verbinden zich hier met elkaar en werken samen aan betere zorg voor cliënten. De leden bepalen zelf waar hun regio aan werkt: samen stellen zij een regionaal ontwikkelplan op en bouwen voort op netwerken die er al zijn.

Elke regio heeft een regiokartrekker. Die zorgt voor coördinatie en continuïteit, maakt nieuwe leden wegwijs en vormt de brug naar het landelijk bureau.

De acht regio’s: 

  • Noord-West
  • Midden
  • Zuid-Holland
  • Zeeland, Midden- en West-Brabant
  • Noord
  • Oost
  • Zuid-Gelderland Noordoost-Brabant
  • Zuid-Brabant Limburg

Landelijk

Landelijk bureau EVBplus en LVBplus

Een klein landelijk bureau dat overzicht houdt, regio’s en partners verbindt en de landelijke agenda voert. Hier komt kennis samen en wordt ze vindbaar, zodat niet elke regio opnieuw het wiel uitvindt.

Voor beide aandachtsgebieden, EVBplus en LVBplus, is er een coördinator. Die verbindt organisaties op regionaal en landelijk niveau en zorgt dat de landelijke werkagenda tot stand komt en wordt uitgevoerd.

Onderzoek en onderwijs

Academische werkplaatsen & andere kennisinstituten

Met de academische werkplaatsen zoekt de vereniging de samenwerking op. Zij zijn geen lid, maar partner. Samen zorgen we dat onderzoek aansluit op wat de praktijk nodig heeft en dat nieuwe kennis sneller in de dagelijkse zorg terechtkomt.

Medewerkers van de academische werkplaatsen verbinden de regio’s met het onderzoek. Zo komen vragen bij de juiste onderzoekers terecht en vloeien resultaten terug naar de werkvloer. Daarnaast zoekt de kennisinfrastructuur de verbinding met onderwijsinstellingen, zoals hogescholen en het mbo.

Doe mee

De infrastructuur groeit met elke organisatie die aansluit

De vereniging is jong en de kennisinfrastructuur is volop in opbouw. We beginnen niet vanaf nul: we sluiten aan op bestaande netwerken, kenniscentra en samenwerkingen die er al zijn.

Elke zorgorganisatie die zich aansluit, bepaalt mee hoe de infrastructuur eruit komt te zien en maakt hem meteen een stukje sterker.